ijsselkade beeld

ijsselkade beeld

zondag 16 februari 2014

Fischer Random Schaak

Uitleg Fischer Random Schaak (door Walter Pol)
Fisher Random Schaak. Het Engelse woord Random staat voor 'toeval'. Bij het Fischer Random schaak wordt de plaats van de stukken in de beginstelling door loting bepaald. Deze variant op het schaakspel is bedacht door Bobby Fischer en gelanceerd in 1996 in Buenos Aires. Omdat de beginstelling niet meer vastligt is er ook geen openingstheorie meer en komt het vooral aan op creativiteit en talent.
Beginstelling
De beginstelling moet wel aan een aantal regels voldoen:
  • de witte pionnen staan op hun normale velden
  • alle overige witte stukken komen op de eerste rij terecht
  • de witte koning bevindt zich tussen de beide witte torens (hij kan dus nooit op a1 of h1 staan)
  • de witte lopers komen op verschillend gekleurde velden
  • de zwarte stukken staan aan de overkant van het bord, recht tegenover de overeenkomstige witte stukken.
In totaal zijn er 960 verschillende beginstellingen mogelijk. Eén daarvan is de klassieke beginstelling, maar die wordt hier uitgesloten.
Spelregels
De spelregels zijn verder precies dezelfde als bij het gewone schaak: de stukken hebben dezelfde loop en het doel blijft om de tegenstander mat te zetten. Voor de rokade geldt:
  1. koning en rokerende toren mogen niet eerder gezet hebben
  2. alle velden vanaf (en inclusief) het vertrekveld van de koning tot en met het veld waar hij aankomt mogen niet bestreken worden door stukken van de tegenstander
  3. de velden van het vertrekveld van de koning tot en met zijn aankomstveld, en de velden van het vertrekveld van de toren tot en met zijn aankomstveld moeten onbezet zijn (behalve door de koning en de toren).
Na de rokade staan de koning en de toren exact op dezelfde plaats als waar ze bij het normale schaak zouden staan. Dus na een rokade op de damevleugel staat de koning op c1(c8) en de toren op d1(d8), en na een rokade op de koningsvleugel staat de koning op g1(g8) en de toren op f1(f8).
Bepaling beginopstelling m.b.v. een dobbelsteen  (door Hans Thuijls)
Met behulp van een dobbelsteen kan een willekeurige beginopstelling worden bepaald en bij eerlijk dobbelen heeft elke beginopstelling (die aan bovenstaande voorwaarden voldoet) evenveel kans om bepaald te worden. Middels de volgende stappen kunnen de posities van de witte stukken bepaald worden. Er wordt steeds geteld vanaf de a-lijn en geteld worden enkel de vrije velden.
  • Met de eerste worp wordt de positie van de zwartveldige loper bepaald: 1=a, 2=c, 3=e, 4=g (bij 5 en 6 opnieuw gooien).
  • Met de tweede worp wordt de positie van de witveldige loper bepaald: 1=b, 2=d, 3=f, 4=h (bij 5 en 6 opnieuw gooien).
  • Met de derde worp wordt de positie van de dame bepaald.
  • Met de vierde worp wordt de positie van een paard bepaald (bij 6 opnieuw gooien).
  • Met de vijfde worp wordt de positie van een paard bepaald (bij 5 en 6 opnieuw gooien).
  • De koning wordt op het middelste nog vrije veld geplaatst, de torens op de twee resterende vrije velden.
  • De zwarte stukken komen aan de overkant van het bord, recht tegenover de overeenkomstige witte stukken.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten